blog

schermafbeelding-2017-06-12-om-10-57-19

HEINEKEN & VAN MARKEN:

WHAT’S IN A NAME?

Bierfabrikant Gerard Heineken maakte furore op de wereldtentoonstelling in Parijs (1889) Dat is wat een recente commercial wil laten zien: The invention. Het is ingenieur Gustave Eiffel zelf, die een gezelschap over het expositie-terrein rondleidt, en vol minachting op de Hollandse inzending wijst, een houten deur op schragen: ‘Is it a door? Is it a table? A doortable?’ Op dat moment worden theatraal kratjes bier tevoorschijn gehaald, en begint de victorie van de Amsterdamse brouwer. Hij ontvangt van de jury een ‘Diploma Grand Prix’. In het filmpje worden grote innovatieve inzendingen getoond uit Engeland, Amerika etc. Eiffeltoren, stoomlocomotief, Edison’s gloeilampen en het Amsterdamse gerstenat… En dat alles in één adem.

De sfeerrijke, dure commercial, die in februari van dit jaar werd gelanceerd, toont met een knipoog een waargebeurd verhaal. Wat ook waar is, dat het Delftse echtpaar Van Marken op dezelfde expositie furore maakt met hun sociale bedrijfspolitiek. In Paleis Trocadéro – tegenover de Eiffeltoren – stonden maquettes van het Agnetapark en de Gist- en Oliefabriek (Calvé) opgesteld, en kon men kennis nemen van de talrijke sociale voorzieningen die de ‘verlichte’ ondernemer voor zijn arbeiders had verzonnen: pensioenen, ondernemingsraad (De Kern), een premiestelsel en nog veel meer. Jacques van Marken hield er een gloedvolle toespraak over winstdeling, en de Delftse inzending werd beloond met een gouden medaille in de categorie ‘Groupe de l’économie sociale.‘ Wanneer eind november de expositie wordt afgesloten, nodigt de Franse president Carnot de winnaars van erediploma’s en de gouden medailles uit. Het is een groot luisterijk feest op het Elysée. (‘Mevrouw Carnot droeg een roze zijden kleed met een zwart kanten overkleed, waarvan de rok aan een kant was afgezet met een opgaande rij van rozen, en in het haar had zij een diadeem van diamanten.’) Jacques en Agneta van Marken waren met de hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie de enige Nederlanders, die dit spectaculaire slotfeest mochten bijwonen. Heineken was niet uitgenodigd. Het geeft aan hoe groot de faam was van Van Marken in zijn tijd. Hij was meer dan een BN’er. Hij werd in het buitenland in progressieve kringen op handen gedragen, en kreeg allerlei verzoeken om zijn ‘Sociale Paradijs’ (Agnetapark) te mogen bezoeken. Hij leidde er Chinezen, Amerikanen en Europeanen rond, en de pers schreef jubelend over een ‘idylle der nijverheid’.

Wonderlijk genoeg is Van Marken nu nauwelijks meer bekend. Toen ik mijn uitgever Nieuw Amsterdam in 2013 vertelde een roman over het ‘dubbelleven’ van Van Marken te willen schrijven, werden de wenkbrauwen stevig gefronst: ‘Huh? Wie is dat? Een lokale held?’ Het is de een van de spaarzame fouten die visionair J.C. van Marken heeft gemaakt. Hij was op het onontgonnen terrein van de reclame minstens zo inventief als tijdgenoot Gerard Heineken, maar hij heeft niet zijn brand-naam de wereld ingeschopt. Een wonderlijke misser: vijf jaar voor de expo van Parijs kocht hij bij een Londens ‘adresseerkantoor‘ alle adressen van Engelse bakkers (zo’n 16 duizend) en stuurde hen een prachtige folder van zijn ‘Yeast factory, the greatest in the world,’ maar die droeg niet zijn naam: Nederlandse Gist & Spiritus Fabriek (NG&SF).

Voor buitenlanders best een lastige naam om uit te spreken. In 1998 nam de Limburgse chemie-multinational DSM voor 2,9 miljard de Delftse Gistfabriek over (incl. 6.000 mensen personeel) en werden de laatste Van Marken sporen nagenoeg uitgewist. Met een biografie over zijn fascinerende leven (‘Ieder uur een woord een daad’) wil ik daarin verandering te brengen.

schermafbeelding-2017-06-10-om-19-37-01

Paleis Trocadéro (Parijs), waar J.C. van Marken een lezing hield over Winstdeling en president Carnot ontmoette.